Vorige maandag zag ik op EEN de tweede aflevering van In Godsnaam. Het ging over zenboeddhisme, meerbepaald over een Belg die monnik geworden is in het Japanse Sogenji klooster, waar men minstens 8 uren per dag zazen (zittende meditatie) beoefent en gemiddeld 4 uren per nacht slaapt. Er zijn periodes waarin men daar tot 16 uren per dag aan zazen doet. (Dat moet ik nu toch verkeerd begrepen hebben, nee?) Dat zen ook steek kan houden in onze cultuur, kwam daar jammergenoeg niet aan bod.
Dit is wel het geval in het leuk geschreven ‘Zen of het konijn in ons brein’. Aan de hand van een buitenring, een binnenring, zes domeinen, begrijpelijke taal en een heleboel konijnen wordt er gekeken hoe zen een ander licht kan werpen op het leven. Ferm boek! Bedankt Koen en Ann voor de tip!
Boek: Zen of het konijn in ons brein (Tom Hannes)
ISBN: 978-94-903-8200-1
In dit boek bespreekt Prof. Charles Tart (wat een naam! ) de basis van de 3 soorten meditatie die mij al van het begin aanspraken en die ik nog dagelijks beoefen:
concentrative meditation
(concentratie op de ademhaling)
insight / opening up / vipassana
(openstellen voor alles wat zich aandient in het hier en nu)
self-remembering / self-observation
(zelfobservatie in het dagelijks leven, volgens Gurdjieff)
Het boek is een soort transcript van de workshop die hij gaf op een wetenschappelijke conferentie (Tucson 3) en is dus gericht op een andere doelgroep dan je misschien verwacht in verband met meditatie. Onder andere door dit te lezen, hecht ik weer meer belang aan het concentratie aspect van mediteren. Ook goed is dat Prof. Tart het zowel over formele meditatie heeft (b.v. een kwartiertje zittend mediteren) als over de informele beoefening in het dagelijks leven (voortdurende zelfobservatie). Dat laatste mocht gerust nog meer aan bod komen. Verder stond de neutrale no-nonsense aanpak me erg aan.
Shinzen Young wordt geregeld vermeld als een belangrijke meditatieleraar die Oosterse kennis in praktische Westerse vormen giet. Iets wat volgens mij nog altijd te weinig gebeurt.
… quieting the mind is a tool to facilitate insight, not an end in itself … But I see the concentration mainly as a prelude to be able to practice insight or opening up meditation more effectively. And also, again, as an extremely useful skill.
I’ve come to believe that ideas are actually cheap, there is no end of them. And yet it’s so easy to get caught up in fighting the thinking process, especially as you get better at experiencing moments of meditative calm and aliveness and realize how much the richness of life is taken away by continual ideas, ideas that keep us living in an abstraction instead of the actual sensory reality, ideas that mean we’re constantly reading and thinking about the recipe for that delicious meal set before us instead of tasting it!
But fighting to get rid of thoughts, trying to actively suppress them, is the wrong thing. It’s more that you have to shift your attention to what’s important.
You need to develop a much more scientific observer (than the Freudian superego). You need to develop a portion of your mind that is curious about what am I really like? What do I really do? And to try to observe your external actions, your internal thoughts, your internal feelings and actions as clearly and objectively as possible.
… but when he sat down in front of the “hypnosis machine,” as he called it – his computer at work – and all that wonderful information popped up on the screen, he was routinely lost in it … But, do you ever get a drink of water? Ever go to the bathroom? Ever take a lunch break? It’s practical in a situation like that to make use of the break times to come back out of the trance, as it were, of being totally absorbed in the task, to then be present in each action of the break.
… when we open our mouth, the clarity of our consciousness usually disappears. We’re deeply “hypnotized” by the action of speaking.
Boek: Mind science – Meditation training for practical people (Charles T. Tart)
ISBN: 1-931254-00-1
Dit is een handig tooltje dat ik leerde kennen via de IAM nieuwsbrief. Het helpt met #unitasking op het werk en om voldoende te pauzeren tegen RSI. Ik heb het zo ingesteld dat er elke 15 minuten een bel klinkt. Dan word ik telkens even bewust van mijn ademhaling, zithouding, gedachten, gevoelens en waar ik in feite mee bezig ben.
Onlangs botste ik op het werk van Shinzen Young. Hij stelt heel wat heldere informatie ter beschikking op internet over thema’s als zen, boeddhisme, meditatie, mindfulness, vipassana, … Zeker de moeite als deze dingen je interesseren:
In de boeken van Gijs Jansen las ik over het ‘negatief geloof’: een (onbewuste) overtuiging die aan de basis ligt van de identiteit van iedere volwassene. Iets wat iedereen van kindsaf met zich meedraagt en dat voor heel wat problemen kan zorgen. Met ons eigen peutertje in gedachten vroeg ik Gijs of hij mij tips kon geven over opvoeden. Hij raadde me dit boek van Jan Geurtz aan.
In ‘Het einde van de opvoeding’ wordt onderscheid gemaakt tussen ‘opvoeden’ en ‘zorgen voor’. Hieraan hangt een grote uitdaging vast: namelijk het in vraag (blijven) stellen van je overtuigingen over hoe je best met je kinderen omgaat. Er wordt uitleg gegeven over de verschillende lagen van onze identiteit, hoe die op elkaar inwerken en zo bedekken wie we werkelijk zijn. Het beoefenen van ‘kijken, erkennen, vertrouwen en loslaten’ is de rode draad waarlangs je weer tot de kern kunt komen. Ik las veel vertrouwde dingen die ik eerder al leerde uit Met Kinderen groeien (Kabat-Zinn) en andere boeken met Boeddhistisch gedachtengoed, maar het viel opnieuw op een unieke manier samen, zodat het weer wat beter tot me doordrong, en dat is altijd goed.
Het boek is heel vlot leesbaar en niet enkel leerrijk voor ouders, maar voor iedereen die een identiteit heeft.
Boek: Het einde van de opvoeding (Jan Geurtz)
ISBN: 9789026318375
Wees je bewust van handelingen die voortkomen uit het verlangen naar geld of de goedkeuring van anderen, of uit angst, schaamte of schuld. Ze eisen vaak een hoge tol. — Marshall B. Rosenberg, Geweldloze communicatie
Recente reacties